Nog één in zwart-wit, deze zomer getrokken in de desolate natuur van noord-Wales. De donkere lucht en de diagonalen in de compositie geven de foto een zekere dramatische uitdrukking.
Het heeft lang stil gelegen, het schrijven. Het zijn vijf gedichten, geschreven in de loop van 2010. Een magnum opus schrijver zal ik vast nooit worden, mijn werk kan je meer zien als een onbenullig grassprietje in het literaire oerwoud. Maar toch. Een waarschuwing: vrolijk zal je er niet van worden. Tegenwoordig moet poëzie haast dogmatisch over lieve, leuke en vertederende dingen gaan, maar bij mij gaat dat niet. Na het nieuws wil literatuur blijkbaar ook verkleuteren, wel, nein danke.
De minibundel heet 'Demeter grijnst', dan toch iets optimistisch. Al kan het ook een cynische lach zijn, bij de Griekse goden. Klassieke mythologie is één van de thema's in hetgeen ik schrijf, ook vroeger al.
Qua stijl geen breedsprakerigheid: enkele subtiele rijmen en alliteraties, en oog voor cadans. En oh, geen enjambementen, die lompe stoothamer van de 'a koetsie koetsie woetsie poëzie'. Inhoudelijk is het een ode aan vrouwen, of De Vrouw, en laat dit dan maar niet origineel zijn. Maak er dan een eerbetoon van voor enkele prachtexemplaren rondom mij. Laat het ook een spiegel zijn, zij het dan een koude. Maar liever de kille waarheid dan een zoete leugen.
Er hoort eigenlijk muziek bij, open Youtube en zoek 'Another World' van Anthony and the Johnsons, 'Marooned', 'Sorrow' of 'Echoes' van Pink Floyd. 'Maybe Tomorrow', Stereophonics. Echt, doen, nu, het helpt. De muziek is vast beter dan wat u gaat lezen. En lees de gedichten een tweede keer, ook dat helpt.
Venus, en zo
Wat ik deel verliest zijn eenvoud In mijn hart ben ik aan angst ten prooi Laat me toe, met lege handen In mijn schoot wenkt wranger leed.
Voor jou ben ik een vuile tante met een lust die alle rede tart Maar wat mij drijft hoort niet de mannen toe Het waart rond en ploegt.
In de diepe voren klinkt een schreeuw, een drang, ver weg van hier.
(voorjaar 2010)
Kristalhart
Je huid is oud papier met nerven In je hoofd barst glas in droeve scherven
Dit is voor jou een troon en ofschoon je lach nog niet verstomt voel ik een twijfel in je rust, zie ik een tred die soms verstart
Ik wou dat ik in je hoofd een veld rijpe aren kon zien wuiven.
(zomer 2010 - voor S.)
Cloaca
Dat mijn lijf met vele mannen paart wil niet zeggen dat het bastaards baart
Het is slechts uw lust die mij hier staande houdt en wat me gaande houdt zit verborgen in kristal
Als al die broosheid breekt en alles valt rest mij niks meer dan de afstand tussen kont en stront.
(september 2010)
Ad Infinitum
Wanneer de Veerman rechtveert slaan de golven overboord
Gaar ongedierte wacht op de bodem van de stroom die niet meer stroomt
Haar ondiepe voren, die met dauw berijmde aren zijn het sleet op haar geweten
Charon wist met rake slagen het licht in haar ogen tot een dof en eenzaam grijs.
(15/10/10)
Res Publica
Zoals elke sterveling in onze schede boorling was blijken vulva's telkens weer het schijtgat van de wereld.
Onder elke laag vernis broeit een weelde aan verlangens die slechts vaag getemd een weg naar buiten vindt in plotse, bruuske stoten
Nu nog geldt dat al wat leeft moet sterven maar hoe vaak niet worden wij die baren in het leven opgebaard