vrijdag 10 juni 2011

Het vloeken van Achilles

Een reeks gedichten over één van de oudste en boeiendste verhalen ter wereld: de ondergang van Troje. Vijf gedichten, bewust kort gehouden om de ritmiek en densiteit van de taal te verzekeren. Een inhoudelijke mix van klassieke elementen doorspekt met lust, teloorgang en berusting.


Het vloeken van Achilles

1. De mossel van Helena

Die zilte zee, mijn fruitgarnaal
Ik dans voor u,
coquille wijd en zie
al wat gij benijdt in mij.

Ik ben het gal in uw geweten,
voor u ben ik een lichtekooi
die zich ooit met goden heeft gemeten.


2. Paris paart

Ik ben een stad
Ik breng een vloek
De zee heeft mij bevaren.

Zij de lust, de schelp in rust,
haar driehoek vol gevaren.


3. Priamos vergeet

Mijn stad begeert de open wonde
haar natte snee vol pus.

Steen brengt slechts verdoemenis,
de nacht geile demonen.

Prins neemt vrouw.
Een koning sterft.


4. In der minne 

Er priemt een borst door Briseïs' bloes,
ze is haar dorst vergeten.
Ze laaft zich aan de leeuw,
haar krijger, schertsfiguur.

In haar braakt de zee
zout kwijl, de kwal.


5. De stad ontwaakt

Een paard heeft mij gedekt vannacht
Vol pracht ben ik gegrepen.

Mijn vet kalft af, 
mijn boezem lonkt
De held is niet geweken
want
met duizend slangenbeten
heeft die miskleun zich aan mij vergrepen.

***

zondag 5 juni 2011