Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gedichten. Alle posts tonen

zaterdag 30 januari 2016

Selectie oud werk

Hieronder een selectie van nog enkele oude gedichten van rond de periode 2006-2008.




Lucilla spreekt

Kijk dit zijn de ketens om mijn handen
maar nog ben ik niet de nimf die jou aan banden legt.

Anders dan je vader
vertrek ik niet, verberg ik niet
dat begeerte heerst en niet het hart

Ik weet dat je zeggen wou,
met die lichte trilling in je stem:
in je fjord ben ik het wassende water,
het tij dat door de bergen dringt.


Nevel

'Er staan negers in de gang, schop ze'
zegt de vrouw terwijl haar handen beven,
en ook haar stem begeeft.
Haar verdroogde huid draagt rode en blauwe lijnen,
vlekken die vervagen.

Naast haar slappe lichaam
houdt zij een stuk laken in de hand gebald,
haar kraaknette vlag van zuiverheid
(waarachter ze zich verschuilden).

Haar plant verwelkt
De gang is leeg.




Ieper, 1916

't Zal zo meteen gaan stuiven
maar het gedonder van de kanonnen
moet ons overtuigen
zegt de kolonel

Onze brieven verlaten straks het front
Marie, wanneer je 't leest
liggen we vast aan d'overzijde
veilig onder de grond

Liefste, ik beken dat ik beef
(al zal mijn handschrift dat wel verraden)
nu ik bedenk
hoe jij de
kinderen te eten gaf
en daarna tussen bloemen lag
in de zonovergoten weide




Eb en toevloed

In de haven kijkt men toe hoe
de matroos zwemt naar zee.
Hij heeft de roep van de sirene gehoord.
Haar lokken lijken golven
en haar ogen schijnen fel als de zon.
Je kan erin verdrinken.

Nog eenmaal kijkt hij om
ziet het land en denkt

men laat mij varen.

vrijdag 10 juni 2011

Het vloeken van Achilles

Een reeks gedichten over één van de oudste en boeiendste verhalen ter wereld: de ondergang van Troje. Vijf gedichten, bewust kort gehouden om de ritmiek en densiteit van de taal te verzekeren. Een inhoudelijke mix van klassieke elementen doorspekt met lust, teloorgang en berusting.


Het vloeken van Achilles

1. De mossel van Helena

Die zilte zee, mijn fruitgarnaal
Ik dans voor u,
coquille wijd en zie
al wat gij benijdt in mij.

Ik ben het gal in uw geweten,
voor u ben ik een lichtekooi
die zich ooit met goden heeft gemeten.


2. Paris paart

Ik ben een stad
Ik breng een vloek
De zee heeft mij bevaren.

Zij de lust, de schelp in rust,
haar driehoek vol gevaren.


3. Priamos vergeet

Mijn stad begeert de open wonde
haar natte snee vol pus.

Steen brengt slechts verdoemenis,
de nacht geile demonen.

Prins neemt vrouw.
Een koning sterft.


4. In der minne 

Er priemt een borst door Briseïs' bloes,
ze is haar dorst vergeten.
Ze laaft zich aan de leeuw,
haar krijger, schertsfiguur.

In haar braakt de zee
zout kwijl, de kwal.


5. De stad ontwaakt

Een paard heeft mij gedekt vannacht
Vol pracht ben ik gegrepen.

Mijn vet kalft af, 
mijn boezem lonkt
De held is niet geweken
want
met duizend slangenbeten
heeft die miskleun zich aan mij vergrepen.

***

woensdag 23 februari 2011

Zeezout

De huizen staan pal in de storm
Tussen de dijken rest weinig plaats voor woorden
Mond, kont, stront is al wat binnenkamers rijmt
Maar zelden zijn er vrouwen hier die zegevieren,
er wordt hen genoeg geleerd niet te denken,
niet te wensen.

De oogst moet binnen,
hun huid voelt klam.

In de dorpen wenden vaders zich af
van al te brakke gronden,
zweet dringt immers traag in zo'n weerbarstige bodem.

maandag 15 november 2010

Demeter grijnst (minibundel poëzie)

Het heeft lang stil gelegen, het schrijven. Het zijn vijf gedichten, geschreven in de loop van 2010. Een magnum opus schrijver zal ik vast nooit worden, mijn werk kan je meer zien als een onbenullig grassprietje in het literaire oerwoud. Maar toch.
Een waarschuwing: vrolijk zal je er niet van worden. Tegenwoordig moet poëzie haast dogmatisch over lieve, leuke en vertederende dingen gaan, maar bij mij gaat dat niet. Na het nieuws wil literatuur blijkbaar ook verkleuteren, wel, nein danke.

De minibundel heet 'Demeter grijnst', dan toch iets optimistisch. Al kan het ook een cynische lach zijn, bij de Griekse goden. Klassieke mythologie is één van de thema's in hetgeen ik schrijf, ook vroeger al.

Qua stijl geen breedsprakerigheid: enkele subtiele rijmen en alliteraties, en oog voor cadans. En oh, geen enjambementen, die lompe stoothamer van de 'a koetsie koetsie woetsie poëzie'.
Inhoudelijk is het een ode aan vrouwen, of De Vrouw, en laat dit dan maar niet origineel zijn. Maak er dan een eerbetoon van voor enkele prachtexemplaren rondom mij. Laat het ook een spiegel zijn, zij het dan een koude. Maar liever de kille waarheid dan een zoete leugen.

Er hoort eigenlijk muziek bij, open Youtube en zoek 'Another World' van Anthony and the Johnsons, 'Marooned', 'Sorrow' of 'Echoes' van Pink Floyd. 'Maybe Tomorrow', Stereophonics. Echt, doen, nu, het helpt. De muziek is vast beter dan wat u gaat lezen. En lees de gedichten een tweede keer, ook dat helpt.


Venus, en zo

Wat ik deel verliest zijn eenvoud
In mijn hart ben ik aan angst ten prooi
Laat me toe, met lege handen
In mijn schoot wenkt wranger leed.

Voor jou ben ik een vuile tante
met een lust die alle rede tart
Maar wat mij drijft hoort niet de mannen toe
Het waart rond en ploegt.

In de diepe voren klinkt een schreeuw,
een drang, ver weg van hier.


(voorjaar 2010)


Kristalhart

Je huid is oud papier met nerven
In je hoofd barst glas in droeve scherven

Dit is voor jou een troon
en ofschoon je lach nog niet verstomt
voel ik een twijfel in je rust,
zie ik een tred die soms verstart

Ik wou dat ik in je hoofd
een veld rijpe aren kon zien wuiven.


(zomer 2010 - voor S.)

Cloaca

Dat mijn lijf met vele mannen paart
wil niet zeggen dat het bastaards baart

Het is slechts uw lust die mij hier staande houdt
en wat me gaande houdt
zit verborgen in kristal

Als al die broosheid breekt
en alles valt
rest mij niks meer dan
de afstand tussen kont en stront.


(september 2010)


Ad Infinitum

Wanneer de Veerman rechtveert
slaan de golven overboord

Gaar ongedierte wacht op de bodem
van de stroom die niet meer stroomt

Haar ondiepe voren,
die met dauw berijmde aren
zijn het sleet op haar geweten

Charon wist met rake slagen
het licht in haar ogen
tot een dof en eenzaam grijs.


(15/10/10)

Res Publica

Zoals elke sterveling
in onze schede boorling was
blijken vulva's telkens weer
het schijtgat van de wereld.

Onder elke laag vernis
broeit een weelde aan verlangens
die slechts vaag getemd
een weg naar buiten vindt
in plotse, bruuske stoten

Nu nog geldt dat al wat leeft moet sterven
maar hoe vaak niet worden wij die baren
in het leven opgebaard

Een hart kan sterven zonder dood te gaan.


(november 2010)


dinsdag 4 mei 2010

Venus, en zo

Wat ik deel verliest zijn eenvoud,
in mijn hart ben ik aan angst ten prooi.
Laat me toe, met lege handen
In mijn schoot wenkt wranger leed.

Voor jou ben ik een vuile tante
met een lust die alle rede tart

maar wat mij drijft
hoort niet aan mannen toe,
het waart rond en ploegt.
In de diepe voren klinkt een schreeuw
een drang, naar ver weg van hier.

vrijdag 31 augustus 2007

Prachtig

Charles Simic - The Oldest Child


The night still frightens you.
You know it is interminable
And of vast, unimaginable dimensions.
"That's because His insomnia is permanent,"
You've read some mystic say.
Is it the point of His schoolboy's compass
That pricks your heart?
 
Somewhere perhaps the lovers lie
Under the dark cypress trees,
Trembling with happiness,
But here there's only your beard of many days
And a night moth shivering
Under your hand pressed against your chest.
 
Oldest child, Prometheus
Of some cold, cold fire you can't even name
For which you're serving slow time
With that night moth's terror for company.

donderdag 31 mei 2007

Poëzie


Puimsteen

In de zomer kreunt het dakgebinte onder de hitte
Maar het deert de vader niet
Steen verging tot stof en as,
de bodem die zijn wroeten voedt.

Achter de muren keert zijn vrouw
de naalden om, en om

De zon gaat onder en het regent zacht
terwijl hij denkt
Aarde onder zware voeten
ploegt hier taai.


Anno 2007

De rivier lijkt vol vandaag,
ze brengt dromen naar de zee
Het land is hen vergeten,
in de huizen hurken kinderen in een hoek,
de kleinste pulkt vette vruchten uit zijn neus.

In ons midden dwaalt het donker
wijl wij hopen
In de aarde wroet een graver
maar hij braakt.

Wie twijfelt zoekt een woord dat eindigt op 'niet',
zoals 'tiet'.


Sois belle

Er is drank
en een oude sigaret die flauw nog smeult

Ik dans en lijk een oude vrouw
van mij resten nog splinters,
-herinneringen die vervagen

Ik ben een lijf dat paart,
een dier dat op sterven staat

Mannen denken dat ik dronken ben
maar wat huist in mijn begeerte
is een schreeuw,
een kreet zoals alleen een kat
dat kan.


Joris Winderickx, 2007