maandag 15 november 2010

Demeter grijnst (minibundel poëzie)

Het heeft lang stil gelegen, het schrijven. Het zijn vijf gedichten, geschreven in de loop van 2010. Een magnum opus schrijver zal ik vast nooit worden, mijn werk kan je meer zien als een onbenullig grassprietje in het literaire oerwoud. Maar toch.
Een waarschuwing: vrolijk zal je er niet van worden. Tegenwoordig moet poëzie haast dogmatisch over lieve, leuke en vertederende dingen gaan, maar bij mij gaat dat niet. Na het nieuws wil literatuur blijkbaar ook verkleuteren, wel, nein danke.

De minibundel heet 'Demeter grijnst', dan toch iets optimistisch. Al kan het ook een cynische lach zijn, bij de Griekse goden. Klassieke mythologie is één van de thema's in hetgeen ik schrijf, ook vroeger al.

Qua stijl geen breedsprakerigheid: enkele subtiele rijmen en alliteraties, en oog voor cadans. En oh, geen enjambementen, die lompe stoothamer van de 'a koetsie koetsie woetsie poëzie'.
Inhoudelijk is het een ode aan vrouwen, of De Vrouw, en laat dit dan maar niet origineel zijn. Maak er dan een eerbetoon van voor enkele prachtexemplaren rondom mij. Laat het ook een spiegel zijn, zij het dan een koude. Maar liever de kille waarheid dan een zoete leugen.

Er hoort eigenlijk muziek bij, open Youtube en zoek 'Another World' van Anthony and the Johnsons, 'Marooned', 'Sorrow' of 'Echoes' van Pink Floyd. 'Maybe Tomorrow', Stereophonics. Echt, doen, nu, het helpt. De muziek is vast beter dan wat u gaat lezen. En lees de gedichten een tweede keer, ook dat helpt.


Venus, en zo

Wat ik deel verliest zijn eenvoud
In mijn hart ben ik aan angst ten prooi
Laat me toe, met lege handen
In mijn schoot wenkt wranger leed.

Voor jou ben ik een vuile tante
met een lust die alle rede tart
Maar wat mij drijft hoort niet de mannen toe
Het waart rond en ploegt.

In de diepe voren klinkt een schreeuw,
een drang, ver weg van hier.


(voorjaar 2010)


Kristalhart

Je huid is oud papier met nerven
In je hoofd barst glas in droeve scherven

Dit is voor jou een troon
en ofschoon je lach nog niet verstomt
voel ik een twijfel in je rust,
zie ik een tred die soms verstart

Ik wou dat ik in je hoofd
een veld rijpe aren kon zien wuiven.


(zomer 2010 - voor S.)

Cloaca

Dat mijn lijf met vele mannen paart
wil niet zeggen dat het bastaards baart

Het is slechts uw lust die mij hier staande houdt
en wat me gaande houdt
zit verborgen in kristal

Als al die broosheid breekt
en alles valt
rest mij niks meer dan
de afstand tussen kont en stront.


(september 2010)


Ad Infinitum

Wanneer de Veerman rechtveert
slaan de golven overboord

Gaar ongedierte wacht op de bodem
van de stroom die niet meer stroomt

Haar ondiepe voren,
die met dauw berijmde aren
zijn het sleet op haar geweten

Charon wist met rake slagen
het licht in haar ogen
tot een dof en eenzaam grijs.


(15/10/10)

Res Publica

Zoals elke sterveling
in onze schede boorling was
blijken vulva's telkens weer
het schijtgat van de wereld.

Onder elke laag vernis
broeit een weelde aan verlangens
die slechts vaag getemd
een weg naar buiten vindt
in plotse, bruuske stoten

Nu nog geldt dat al wat leeft moet sterven
maar hoe vaak niet worden wij die baren
in het leven opgebaard

Een hart kan sterven zonder dood te gaan.


(november 2010)


3 opmerkingen:

An zei

Mooi.

Anton Voloshin zei

Ik ben erg blij dat je weer wat geschreven hebt. Er zit een zekere stilistische eenheid in deze "fase" (als ik dat zo mag noemen) van je schrijven, waarin je de grove, boerse aspecten verder hebt doorgedreven dan anders. Ik hou wel van dat ruwe en bewust onelegante dat toch zijn taal niet volledig veronachtzaamt. Misschien even enkele korte reacties op de gedichten apart:

> "Venus, en zo" herken ik sterk "Het verdriet van België" in, het zou me verbazen als de parallel niet bedoeld was. Ik hou wel van het beeld van het rondwaren en het ploegen. Ik denk dat je thematisch zowel als stilistisch eerder op deze plek bent geweest, en dat doet het ook aansluiten bij je eerdere werk. Alleen de tweede versregel stoort me een beetje omdat ik denk dat je er meer mee had kunnen doen.

> "Kristalhart" vind ik het zwakste gedicht van de vijf, omdat de titel (de drempel van het gedicht) nogal clichématig aandoet, en je uiteindelijk eenvoudige beelden aaneenrijgt die weinig met elkaar te maken hebben. Ze passen weliswaar in het overkoepelende semantisch veld van de andere gedichten, maar op zichzelf staand heb ik de neiging dit eerder als een losse flodder te zien die weliswaar persoonlijk enige betekenis heeft, maar poëtisch gezien niet erg interessant is.

> "Cloaca" vind ik dan weer wel erg goed, al was het ook maar omdat je de hachelijke, grove titel tot een goed einde brengt zonder in het burleske te vervallen. Het toont op een scherpe en tegelijk erg botte, platvloerse manier wat overblijft van mensen die zich definiëren door lust en lijflijkheid, en schuwt ook de scatologie niet zonder aan ernst in te boeten. Dat klinkt allemaal eenvoudig, maar is absoluut niet simpel om te schrijven. Ik heb alleen mijn bedenkingen, opnieuw, bij het "kristal" dat je hier gebruikt, dat me een iets te makkelijk beeld lijkt, maar dat is detailkritiek.

> Op "Ad infinitum" daarentegen heb ik niks aan te merken. Dit gedicht staat als een huis overeind en behoort allicht tot één van je beste ooit. Hoog en laag, op en onder worden hier moeiteloos met elkaar vermengd zonder ooit pretentieus of gekunsteld over te komen.

> "Res publica" lijkt eigenlijk je voorgaande vier samen te vatten, en slaagt beter in die opzet dan de eerste drie gedichten van je minicyclus apart, omdat elke betekenis of elke klankkleur van je eerste drie gedichten hier in één mengvat gegoten wordt. Ook het contrast tussen de geleerde, statige titel en de inhoud van het gedicht nopen tot verdere lezingen. Mooi werk.

Joris Winderickx zei

Heel erg bedankt voor deze uitgebreide reactie...!